Deze wereld is in een conditie
niet van lenigheid
maar van ledigheid.
Gelukkig is er het Woord
wat wijst naar de Poort
welke leidt tot hoe het hoort.
Dus citeer ik uit dat Boek
vanuit elke hoek
indien je het met me leest
raak je niet zoek
in een komende vloek.
totdat je terugkeert tot de bloedrode grond,
want uit haar ben je genomen,
ja, stof ben jij
en tot stof keer je terug!
20 De bloedrode mens
roept als naam voor zijn vrouw uit 'Eva',-
levensbron,-
want zij is de moeder geworden
van al wie leeft.
6/6
omdat je gehoor hebt gegeven
aan de stem van je vrouw
en at van de boom,
waarover ik je had geboden en gezegd:
'eet van hen niet!'
is nu de bloedrode grond
om jouwentwil vervloekt;
in pijn zul je van haar eten
al de dagen van je leven;
18 doornen en distels
tussen jou en de vrouw,
tussen jouw zaad en haar nazaat;
hij zal jou voor het hoofd stoten,
en jij zult hem bijten in de hiel.
16 Tot de vrouw heeft hij gezegd:
in veelvoud vermeerder ik je pijniging
en je zwangerschap,
met pijn zul je zonen baren,
13 Dan zegt de ENE, God, tot de vrouw:
waarom heb je dat gedaan?-
de vrouw zegt:
de slang heeft mij verleid en ik at!
14 Dan zegt de ENE, God, tot de slang:
omdat je dat gedaan hebt,
vervloekt jij, onder alle beesten
en onder al wat in het wild leeft
op het veld;
en ik werd bevreesd, omdat ik naakt ben,
en verschool mij!
11 En hij zegt:
wie heeft aan jou gemeld
dat je naakt bent, jij?
heb je van de boom
waarvan ik je heb geboden
om daar niet van te eten
toch gegeten?
12 Dan zegt de roodbloedige mens:
de vrouw die gij mij hebt gegeven
Genesis 3: 8- Naardense Bijbel
Ze horen
de stem van de ENE, God,
omgaan door de hof,
in de avondwind van die dag,
en ze verschuilen zich, de roodbloedige mens
en zijn vrouw,
voor het aanschijn van de ENE, God,
9 Dan roept de ENE, God,
tot de roodbloedige mens
en hij zal gaan,-
en er zal niets zijn dat ge niet kunt;
21 maar dit gebroed vertrekt nooit,
behalve door bidden en vasten!
22 Terwijl ze samen zijn in Galilea
zegt Jezus tot hen:
het is de weg van de mensenzoon
om te worden overgegeven
in handen van mensen
19 Dan
komen de leerlingen bij Jezus
- als ze onder elkaar zijn-
en zeggen:
waardoor hebben wij hem
niet kunnen uitdrijven?
20 En hij zegt tot hen:
door dat gebrek aan geloof bij u!-
want het is waar, zeg ik u:
wanneer ge een geloof hebt
als een mosterdkorrel,
want vaak valt hij in het vuur
en vaak ook in het water;
16 en ik heb hem bij uw leerlingen gebracht
maar die hebben hem niet kunnen genezen!
17 Ten antwoord zegt Jezus echter:
o ongelovig en ontaard gebroed!-
tot wanneer moet ik nog bij u zijn,
tot wanneer het met u uithouden?!-